Inleiding
In Tegelen, een plaats in het Noord-Limburgse deel van Nederland, is een van de meest opvallende kunstwerken uit de twintigste eeuw ontstaan: het zeer groot gevelmozaïek van de kunstenaar Daan Wildschut. Eind jaren ‘60 versierde hij opdrachtgever het Sint Willibrordusziekenhuis met een uniek werk van 14 meter breed en 10 meter hoog. Het mozaïek was een levendig uitbeeldend monument van de spirituele en culturele identiteit van de plaats. Het werk bevatte vele symbole en afbeeldingen die verwijzen naar de rol van het ziekenhuis in samenwerking met de katholieke orde, de zusters van de Goddelijke Voorzienigheid.
Door sfeer, schoonheid en symboliek was het kunstwerk een herkenbaar kenmerk van de gevel van het ziekenhuis en daarna ook van het opvolger, het verzorgingshuis Martinushof. Door de jaren heen wendde het mozaïek echter aan, en tenslotte was volledige restauratie onontkoombaar. Vanaf 2020 werd het werk verwijderd en opgeslagen voor restauratie, wat binnenkort zou worden voortgezet. Dit artikel biedt een overzicht van de geschiedenis, de waarde, de noodzaak tot behoud en de huidige staat van dit gedenkwaardige kunstwerk.
Het werk en de context
Ontstaan en beeld van het mozaïek
Het gevelmozaïek van Daan Wildschut ging in 1962 en 1963 van de grond, als onderdeel van de bouwprojecten van het St. Willibrord Ziekenhuis, dat in 1963 zijn deuren opende. Het mozaïek, ontworpen door Wildschut en uitgevoerd door het Tegelse atelier Flos, bedekte een geveloppervlak van ongeveer 140 vierkante meter. Dit maakte het een van de grootste gevelmozaïeken in Nederland.
De inhoud van het mozaïek was rijk aan zowel spirituele als professionele symboliek. Het toonde afbeeldingen van Jezus, Maria en de heilige Willibrord, alsmede het kruisbeeld en een zuster die een bedlegerig persoon verzorgt. Deze voorstelling weerspiegelde niet alleen de spirituele wortels van het ziekenhuis (gesticht door de Goddelijke Voorziene Zusters), maar ook de praktische functie van plekken van verzorging en genezing. Tevens verwijst een beeld van heilige Martinus naar de stad Tegelen zelf, die naar hem is vernoemd.
Het mozaïek had dus een krachtige visuele functie, zowel voor de inwoners van Tegelen als voor iedereen die het ziekenhuis of later het Martinushof betrad of voorbij kwam. Het werk was een soort landmark en symboliseerde trots en identiteit.
Opvolging en vernieuwing
In de jaren '80 had het oorspronkelijke mozaïek zoveel weerslag ondergedaan dat herstel daadwerkelijk onmogelijk werd geacht. In overleg met Daan Wildschut maakte het kunstwerk in 1991 plaats voor een identieke versie, eveneens ontworpen door hemzelf en uitgevoerd door Atelier Flos. De nieuwe versie kreeg een plek op het nieuwe verzorgingshuis Martinushof, de opvolger van het ziekenhuis. Deze herplaatsing benadrukte de onvergankelijke waarde van het werk – het was geen tijdelijke verfraaiing, maar iets dat de gemeenschap, de identiteit en de historie moest behouden.
De gemeente Tegelen, die op 1 januari 2001 inopging in de gemeente Venlo, erkende het kunstwerk op tijd. Samen met het kloosterdorp Steyl en het Kranenburgerhuis werd het gevelmozaïek opgenomen in de lijst van “kroonjuwelen” die voor toekomstige generaties behouden moesten worden. Een waardencheck in 2010, uitgevoerd door het Nijmeegse bureau Van Meijel Adviseurs in Cultuurhistorie, benoemde het mozaïek als “een zeer interessant en kundig uitgevoerd kunstwerk van formaat”. Zo’n officiële erkenning benadrukte de kunst- en cultuurhistorische waarde nog verder.
De noodzaak tot restauratie
Afbrokkelen en weersinvloeden
Zelfs de tweede uitvoering van het mozaïek moest uiteindelijk sterk afbrokkelen door het verloop van tijd. Hoewel achtentwintig jaar later een vernieuwing was aangemaakt, bleek de levensduur van het werk toch beperkt. De afstand die tussen de bakstenen vijftien tot twintig meter kan zijn, maakte het vrijwel onmogelijk regelmatig inspecties te doen. Bovendien zijn mozaïeken zwaar onderhevig aan felle temperaturen, regen, zon, stof en vuil, die allen vermoeiend werken op stenen, slijt en het hechtmiddel onder de tegels.
Vanaf de jaren 2000 en de opname onder het Stichting Gevelmozaïek Martinushof (STGMM) bleven er herhaaldelijk waarschuwingen dat het onderhoud voorbestemaand was om voorkomen dat het kunstwerk volledig leeg raakte. De stichting werd immers in 2008 opgericht om juist dit onderhoud, de restauratie en eventuele herplaatsing in goede banen te leiden. STGMM wilde ervoor zorgen dat het werk door de jaren heen behouden bleef – of eventueel opnieuw geplaatst zou kunnen worden – voor een publieke instelling of een andere locatie.
Overdracht en financiering
Ondanks de goede bedoelingen liep de restauratieplannen jarenlang vast. In 2012 kreeg het gevelmozaïek ten slotte overgedragen van de gemeente Venlo – die tot dan toe de eigenaar was – naar STGMM. Daarbij werd ook een financieel bedrag van 50.000 euro, minus de al uitgevoerde kosten van 21.339 euro, doorgeschoven naar de stichting. In hetzelfde jaar werd de cultuurhistorische stichting erkend als ANBI (Algemene Natuurlijke Beleggingsmaatschappij met Interesse), wat de stichting voordeel bracht in belastingaftrek voor donateurs.
Tegelijk met deze formele stappen kwam ook een andere houding in gang: de stichting kreeg een website (die inmiddels gesloten is), en zette campaignplannen in de gang voor donaties, veilingen en een groter draagvlak. De stichting kreeg over het algemeen positieve aandacht en interesse. Een eerste aanloop was een beleggeveiling die ongegeeer 6.000 euro opleverde, wat moeite werd voor de oprichting van het nodige fonds.
De verwijdering van het mozaïek
Samenwerking met ontwikkelaars
In het voorjaar van 2020 was het zover: STGMM was met de nodige betrokkenen in verbinding gekomen, waaronder de Bonds Heemschut Amsterdam, en er groeide steeds meer kans dat het project echt kon vorm krijgen. Toevallig kreeg de stichting ook hulp van twee grote bedrijven: Woningstichting Antares en Jan Linders BV. Samen wilden zij op de grond van het verzorgingshuis Martinushof een nieuw winkelcentrum met appartementen bouwen. Ze zagen de waarde van het mozaïek in en offerden een gedeelte van de gevel uit het ontwerp om het hierop te bevestigen.
Zodra dat beeld gestabiliseerd was, werd het werk vanuit het huidige opslagplek verwijderd. Het moest echter eerst worden gereinigd, getwijfeld en overgebracht, wat tot een enorme technische uitdaging leidde. Ondanks alle bestaande plannen en positieve vooruitgang kwam de verwijdering met een schok: het bedrijf dat in voor het verwijderen van het gevelmozaïek aandacht had gericht, zag geen toekomstig schijfje mogelijk voor een restauratie. Daardoor was er een aanzienlijk verlies van steentjes, en ongedoeledd worden de reparaties veel moeilijker.
Tot op heden lijkt het schokkendste aspect van het verhaal niet zozeer de verwijdering zelf, maar de conclusie dat het kunstwerk met een onverwachte intensiteit onder bleek te liggen. Ondanks het feit dat er al jaren eerder voorzichtigheid was toegepast en plannen lagen, was deze afbraak de werkelijke eindpunt.
Mappen in de toekomst
Herplaatsing en nieuwe interpretatie
Hoewel de restauratie van het oorspronkelijke mozaïek bijna onmogelijk is geworden, blijft de idee om het werk in een nieuwe vorm of versie opnieuw te laten herinneren, levendig. STGMM ziet een kans om – in samenwerking met kunstenaars, beleggers en historische samenwerkingen – alsnog een herindiviering of evenbeeld van het werk tot stand te brengen.
Bijvoorbeeld, er is al een overeenkomst onderhandeld met het bedrijf dat verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van het winkelcentrum op het terrein van Martinushof. Hiertoe is een gedeelte van een gevel uit de nieuwe architectuur gereserveerd, waar, indien het kunstwerk in de toekomst wordt gespoor, weer gereed kan worden.
Bij dit scenario is het mogelijk dat een compleet identiek replica, of een herwerkt versie, opnieuw wordt uitgevoerd. Wanneer dat gebeurt, zal het echter noodzakelijk zijn met experts en creatief betrokken in discussies om technische, culturele en financiële kwesties op te lossen.
Sociale en culturele invloed
Identiteit en waardencheck
Het feit dat het gevelmozaïek van Daan Wildschut ooit zo’n unieke rol heeft gespeeld in Tegelen, onderstreept niet alleen het historische belang van het kunstwerk, maar ook de betekenis van mozaïeken in het bredere kader van architectuur en monumenten. Mozaïeken zijn kunstwerken die over het algemeen veel voor het oog aanbieden in beeld, verhaal en gevoel. Bovendien vertegenwoordigen ze vaak de samenwerking tussen kunst en functiebouw, of tussen artistiek bewustzijn en traditionele verankering.
De beslissing om dit kunstwerk op tijd bewaard te houden – zelfs tot zover dat het opzij is geschoven of opnieuw bepland moet worden – spreekt tot de centrale waarden van culturele overerving en visuele identiteit. In dat licht kan het kunstenschap in Tegelen worden gezien binnen het bredere kader van katholiek en sociaal herstel na de oorlog, en de opbouw van een veilige en zorgelijke samenleving binnen die context.
Educatieve en stimulerende rol
Bij deze resterende inspanningen om het mozaïek te behouden, blijft STGMM ondanks de tegenslagen, blijven actief met publieke voorlichting, open dialogen en samenwerkingen. De stichting is actief in de voorbereiding van crowdfunding acties, donaties en een overgangsplan voor toekomstige plannen.
Deze manier van ageren is een voorbeeld van hoe gemeenschappen, gemeenten en culturele instellingen samen kunnen werken aan het bewaren en verwerken van kunstenaarswerken, die niet alleen visueel indrukwekkend zijn, maar ook symbolisch kracht hebben in het brein van de regio.
Voor bewoners van Tegelen, maar ook voor toeristen en toekomstige inwonerstructuren die in Venlo of het oonaanwezige Tegelen betrokken raken, is de restauratie (of herwerk) van dit gevelmozaïek iets waarbij de visuele aantrekkingskracht opbouwde moet worden. Zowel als historisch monument als cultureel symbool blijft het werk zijn plek verdienen.
Conclusie
Het mozaïek van Daan Wildschut dat voor de gevel van het Sint Willibrordusziekenhuis en later Martinushof in Tegelen versierde, was meer dan een visueel element van gebouw. Het was een uitdrukking van geloof, plicht en zorg, en een krachtige herinnering aan het verleden. Tot en met de tweede helft van de twintigste eeuw speelde het kunstwerk een actieve rol in het visuele en spirituele landschap van Tegelen. Ondanks verwarring en tegenslag in restauratie en bewaring, is er nooit twijfel geweest over de waarde en identiteit die het werk vertegenwoordigde.
De verwijdering in 2020 liet geen blijvende hoop achter op directe restauratie, maar legt de basis voor een toekomst waarin het werk – in welke vorm dan ook – weer een rol in de gemeenschap mogelijk is. De stichting STGMM laat zien dat het in handen van gemotiveerde mensen ligt om cultureel erfgoed levend te houden. Zolang er druk is in de richting van bewaarinstellingen, katholieke invloed op gemeenschap en een sterke historische continuïteit, is er nog hoop voor een onverwachte herleving van het unieke werk.
Hoewel momenteel de verwachting is dat het oorspronkelijke mozaïek nooit volledig zal worden gerepareerd, blijft er een kans dat een nieuwe uitvoering of herwerkte weergave kan worden ontworpen. In elk geval heeft dit verhaal duidelijk een krachtige verklaring gegeven over de complexiteit, verwarring en moeite om cultureel erfgoed aan het levend gehouden te houden, en het belang daarvan.
